Concepten die er echt toe deden

5

Conceptauto’s betekenden vroeger iets.

Nu? Je ziet de zin hangen bij een vaag herkenbare sedan waar volgende maand veel op gaat zitten. Een dunne sluier. Nauwelijks daar.

Maar vergeet dat even. Ga een stukje terug. Voordat de veilige keuzes het overnamen. Terwijl ‘concept’ eigenlijk een auto betekende die voortkwam uit de wildste dagdroom van een ontwerper. Een test van grenzen. Een explosie van verbeeldingskracht zonder rekening te houden met begrotingsbladen.

We hebben meer dan tachtig jaar metaal en verf doorgekamd. Even voor de duidelijkheid. Dit is slechts een krasje. Het oppervlak van een ijsberg. Er zijn er nog veel meer, uiteraard.

Maar deze? Deze veranderden het spel.

De Y-baan

Mensen maken ruzie over titels. Zeker, Volvo had de Venus Bilo in ’33. Dus technisch gezien waren zij daar als eerste.

Harley Earl gaf niets om technische details.

Hij gaf om de Buick Y-Job. Voltooid in ’39. Het maakte hem tot een legende. Waarom? Omdat het op niets anders op aarde leek. Verborgen koplampen. Elektrische ramen. Een dak dat opklapbaar is of weggestopt achter een harde kap. Het fluisterde precies waar het Amerikaanse auto-ontwerp naartoe ging. Rechtstreeks naar het naoorlogse tijdperk.

Het was geen prototype. Het was een belofte.

LeSabre

Earl deed het opnieuw in ’51. De Buick LeSabre.

Optimisme dat je zou kunnen veroorzaken. Het jettijdperk speelde zich niet alleen af ​​in de lucht; het stond in de garage. Dit ding zat een voet lager dan de gemiddelde familiesedan. Een V8-motor pompte 335 pk uit. Het had staartvinnen. Grote. Rondom windschermen.

Regen kwam? Het dak ging automatisch dicht.

Het bepaalde het sjabloon. Tien jaar lang volgden de Grote Drie van Amerika dit voorbeeld. Iedereen wilde vinnen. Iedereen wilde er snel uitzien als hij stilstond.

Ford XL500

Ford probeerde in ’53 het rijden moeiteloos te maken met de XL500. Transmissie met drukknop. Druk gewoon op een knop. Klaar.

Te veel glas was het probleem. Alsof je in een goudvissenkom rijdt. Heet. Zweterig. Daarom installeerde Ford airconditioning. Toen opkomende technologie, nu essentieel.

Heb je de ingebouwde aansluiting opgemerkt? Voor appartementen.

Ze hebben er ook een telefoon in gezet.

Wie belden ze vanuit de auto?

Alfa Romeo BAT 5

Amerika was niet de enige plek waar met vormen werd gespeeld.

Italië beleefde zijn moment. Bertone was aan het ontwerpen als een bezetene. De Alfa Romeo BAT 5 uit ’53 is misschien wel de meest opvallende van het stel.

Extreme aerodynamica. Ze wilden niet alleen dat het er laag uitzag; ze wilden dat het weggleed. De luchtweerstandscoëfficiënt? Slechts 0,23. Het gewicht? Licht. Ongeveer 1.100 kg.

De motor? Bescheiden. Slechts 100 pk.

Toch haalde hij 120 km/uur. De wiskunde werkte omdat het ontwerp dat deed. De BAT 7 van het volgende jaar bracht het terug naar 0,19. Dat is natuurkunde die plaats maakt voor kunst.

Wilde kat II

De Buick Wildcat II arriveerde in ’54. Een “vliegende vleugel” voorkant. Glasvezel constructie. Het zag er vreemd uit vergeleken met de stalen kisten die van de lijn rolden.

Kijk goed naar het midden.

Zie je het? De afstamming van de originele Corvette.

Het verscheen in hetzelfde jaar als die eerste ’Vette. De verbinding is niet toevallig. Het is DNA. De Wildcat was een auto uit de toekomst die precies op tijd arriveerde om te inspireren wat er daarna kwam.